Category

Huis

De Marimo of Chladoflora mosbal, weer een plant waar je geen groene vingers voor nodig hebt

Ik zie ze al een paar jaar voorbij komen: de mosballen. In mijn optiek de meest zen plant ever. Eigenlijk is het geen plant maar een klont algen die aan elkaar klitten en samen een bolletje vormen. Oorspronkelijk komen ze uit Japan, maar ook in IJsland, Schotland en Rusland, alle plekken waar het een beetje koud is en stroming is.  Ze vormen een bolletje door de stroming van het water. Met dit in het achterhoofd is het ook raadzaam om af en toe in het water te roeren, de balletjes om te rollen en ermee te prutsen, kan geen kwaad en ze worden er alleen maar mooier van.

De mosballen zijn de ideale ‘plant’ voor een donker plekje, ze houden van koud tot koel water, en photosynthese, als je daar van kunt spreken, gaat heel langzaam. De balletjes groeien ongeveer 5 mm per jaar, dus geen zorgen over een te kleine kom. Eigenlijk zijn mosballen de ideale kamerplant, je hoeft ze geen water te geven, alleen een keer per week vers water, wanneer je het een keer een keer in de twee weken doet is het ook niet erg. De mosballen vinden het lekker, wanneer je ze even onder de lopende kraan houdt en voorzichtig uitknijpt, wel zorgen dat je alle kanten knijpt anders worden ze vierkant ;).

Heel soms worden de mosballen een beetje bruin, dat kan komen wanneer ze al een lange tijd op en in dezelfde positie liggen, maar niet getreurd, je kunt dit wegknippen en de bal voorzichtig in vorm draaien en klaar.

Het allerleukste van mosballen is dat ze heel erg oud kunnen worden, en eigenlijk een heel leven meegaan, als je maar zorgt voor af en toe vers water en geen zonlicht. Ik heb geen idee hoe groot ze kunnen worden, maar dat gaat echt niet zo hard met die 5 mm per jaar, dus geen zorgen zou ik zeggen.

Ik heb een korte fotoserie gemaakt hoe ik mijn jarranium, of in het Nederlands potranium, heb gemaakt, zodat iedereen lekker aan de slag kan. Zo de laatste week van de vakantie is het wel even leuk om te dedderen dacht ik zo ;).

 

 

Wat hebben het ISS spaceship, je huiskamer en je kantoor gemeen?

Misschien klinkt het heel ver gezocht om je huiskamer of kantoor te vergelijken met een ruimteschip, maar er is een hele grote overeenkomst, namelijk: ze hebben beiden last van een slechte luchtkwaliteit, zeker in de winter. Dichte ramen, co2, vocht en andere vervuiling maken ons er niet gezonder op. Het gebrek aan ventilatie is de grootste boosdoener, zeker wanneer de verwarming op 20 gaat en de rest van het huis, of kantoor, dicht blijft. Dit veroorzaakt uiteindelijk het zieke gebouwensyndroom: moe, hoofdpijn, oog- en neus irritatie, droge en geïrriteerde huid, duizeligheid zijn enkele kenmerken. Gelukkig heeft de NASA onderzoek gedaan naar dit probleem, niet alleen voor de astronauten maar voor iedereen die met dit probleem te maken heeft.

Mensen besteden ongeveer 90% (!) van hun tijd binnen. Meubels, stoffen, vloerbedekking, schoonmaakmiddelen en al die dingen zorgen ervoor dat de luchtkwaliteit verslechtert, met onder andere formaldehyde. Ook door pollen, schimmels, fijnstof die allemaal op de een of andere manier een weg naar binnen vinden. Gebrek aan ventilatie en kleine ruimtes maakt het allemaal nog erger.

Dit klinkt allemaal heel eng maar de oplossing is simpel en goedkoop. Planten zuiveren namelijk de lucht, NASA noemt het ‘Natural life support system’. Door planten in een ruimte te zetten, worden veel schadelijke stoffen die in de lucht aanwezig zijn, gereduceerd.

Maar dan rest de vraag: hoe doen die planten dat dan? Planten absorberen deeltjes uit de lucht, op het zelfde moment dat ze carbon dioxide tot zich nemen, wat weer omgezet wordt in zuurstof, biologie Havo 1. Maar nu blijkt dat fotosynthese niet het enige is, ook de aarde en de daar aanwezige microben spelen een rol in de luchtzuivering.

Daarnaast blijken mensen over het algemeen gelukkiger te zijn met planten om zich heen. Mensen met planten blijken positiever, een lagere bloeddruk en minder stress te ervaren. En… ze zijn slimmer, omdat planten mentale vermoeidheid tegengaan. Een heel hosanna-verhaal maar uit onderzoek blijkt het dus echt te werken.

Maar waar ga je beginnen wanneer je geen ‘groene vingers’ hebt is de grote vraag. Daarom hierbij een lijstje met planten, waarbij je echt je best moet doen om ze dood te krijgen en ze groeien als onkruid ;).

Met stip op 1 de Graslelie, of wel de Chlorophytum, 1 keer in de week a 2 weken water en verder doet hij het prima op af en toe een scheutje koffie.

2. Ficus, ook 1 keer per week water en een scheut koffie op zijn tijd.

3. Dracaena, ik loof een prijs uit voor degene die deze dood krijgt, want volgens mij is dat niet te doen. Hij vindt het prima om 1 keer per week water te krijgen, je mag hem ook wel eens vergeten, hij laat het vanzelf zien, door zijn blaadjes te laten hangen.

4. Aronskelk, peace lily of de Spalthiphyllum, voor deze geldt ook 1 keer per week water en hij verdraagt schaduw, altijd handig.

Op 5 de Sansevieria, schoonmoeders verdriet, ook zo 1 die niet dood te krijgen is ook al zou je het willen.

Als laatste met stip op 6 de Aloe Vera, deze wil 1 keer in week a 2 weken water en houdt van een zonnig plekje.

Wanneer je al deze planten in leven kan houden, kun je nog denken aan varens die je aan de ruimte kunt toevoegen, hoewel deze iets meer zorg nodig hebben.

Wanneer je ook nog iets ‘op de vaas’ wil wat luchtzuiverend werkt zet je een bos chrysanten neer, die werken ook uitstekend, en blijven het minimaal 2 weken doen.

Voor al deze planten geldt: wanneer ze bijna dood gaan, geven ze het vanzelf aan, ze krijgen namelijk bruine puntjes aan de bladeren. En nog een tip, wanneer je wilt dat ze heel groot worden, zet ze iets verder van het licht, dan wordt de afstand tussen het blad groter.

Zo zie je maar, je hebt echt geen groene vingers nodig om voor plantjes te zorgen, en tegelijk je luchtkwaliteit te verbeteren, magie bestaat niet 😉 .

 

 

 

 

Ti Ta Tillandsia

De Tillandsia, de enige plant waar je mee kunt spelen, je stopt ze in een potje, schelp of iets anders, je kunt er slingers mee maken van alles en nog wat. Toen ik ze voor het eerst zag, ze kwamen op de markt toen ik op de tuinbouwschool zat, begreep ik helemaal NIETS van die plant; wie wil er nu zoiets hebben en wat gaan ze ermee doen; in het raamkozijn leggen, dit was halverwege de jaren 80….. Inmiddels is er veel verandert, maar de Tillandsia is er nog steeds en ineens is ze hip en vooral heel erg leuk, omdat je zoveel met ze kunt doen, begreep hem ineens.

Tillandsia’s groeien traag, zeggen ze, maar het is geheel afhankelijk van het soort en de verzorging is mijn ervaring. Ze kunnen, op de juiste plek, met de juiste verzorging zelfs gaan bloeien. Tillandsia’s hebben indirect licht nodig om het echt goed te doen, dat betekent niet in direct zonlicht, maar een plek waar licht reflecteert. Omdat in ons huis de ramen op het oosten en westen zijn, heb ik ze op de zuidelijke muur opgehangen. Maar dat zal in ieder huis verschillen, kwam ze pas zelfs ergens op de wc tegen en daar deden ze het ook prima ;).

Genoeg over licht nu komt het leukste onderdeel namelijk de verzorging, ze zijn makkelijk in het onderhoudt, iedere week 2 a 3 keer nat spuiten met de plantenspuit en rapapapapapa…… ze moet 1 keer in de 2 a 3 weken in bad, huhhhhhhhh???? Ja ze moet in bad, heel simpel, vul een bakje met water en leg haar erin, een uurtje weken en ze is er weer helemaal klaar voor.

Het leuke is je hebt heel veel verschillende soorten, formaten en kleuren om het feest helemaal compleet te maken.

De ‘moeilijkere’ planten

Je ziet ze overal verschijnen, in de winkels, de bladen, op het web in alle styling blogs, de ‘moeilijkere’ planten. En ze zijn vaak ook nog duur, viel stijl achterover dat er dus €40,- betaald moet worden voor een banaan, die zonder goede zorg binnen 2 weken de kliko in gekeild wordt, om het maar even op zijn Westlands te zeggen. Mijn groene hart breekt wanneer ik dat zie, maar niet getreurd want met wat kleine tips kan iedereen een banaan, of kamerlinde in de woonkamer of tuin hebben.

Deze planten groeien natuurlijk in het oerwoud, daar komen ze vandaan, en het is heel simpel een woonkamer is dat niet. Een oerwoud is vochtig, warm en deze omstandigheden zijn constant, daarnaast is de grond, door de eeuwen van afgevallen bladeren heel erg voedzaam en zitten daar alle stofjes in die de plant nodig heeft. Het goede nieuws is wel dat je dit in je woonkamer na kunt maken, zonder het gevoel te hebben dat je in een warenhuis (=kas) woont.

Voor beiden geldt dat de groeiperiode start in maart en eindigt in oktober, dus dat is de tijd, dat met goede zorg, zij als een speer gaan groeien. Dit doe je door ze vochtig te houden, niet alleen de grond maar ook de bladeren, om de dag nat spuiten. Wat ook werkt is ze op een grotere schotel dan de pot te zetten, gevuld met grind, en deze vochtig houden. Dan hoef je je ook niet schuldig te voelen wanneer je een keer vergeet te sproeien. Het liefst staan beide planten in vol licht, maar niet direct zonlicht, bij mij staan ze op het oosten, ochtend zon en werkt als een trein.

Omdat beide planten groeien als een dolle, hebben ze extra voeding nodig, om het vol te kunnen houden. Iedere week krijgen ze hier, standaard, plantenvoeding en ze doen het hier prima op.

Het leuke is dat je ze in de zomer ook buiten kan zetten, in de tuin, voor een beetje extra jungle gevoel in dit kikkerlandje. Hier geldt hetzelfde als binnen qua verzorging, dus voldoende water en licht. Waar je wel voor moet uit kijken is dat ze heel makkelijk kunnen verbranden, dus niet een plek waar de hele dag de zon schijnt, maar ochtend of avond is ruim voldoende. Ik verdenk mijn planten er altijd van dat ze buiten harder groeien dan binnen, in ieder geval in de zomer, maar het kan ook zijn dat schijn bedriegt.

Nog even geheel terzijde, zoals jullie zien gebruik ik drie gieters, wel zo handig, een voor gewoon water, een die ik gebruik wanneer ik de planten voeding geef en mijn handige planten spuitje, niks fancy met pomp.

Willen jullie mij alsjeblieft op de hoogte houden van alle bananen en kamer lindes, want in de kliko horen ze niet thuis. En voor advies en andere zaken jullie weten waar ik ben :))

Succulenten of vetplanten

Succulenten of vetplanten, succu’s in jargon. Er zijn honderden verschillende soorten en vormen, en het goede nieuws is: ze doen het – bijna – altijd. Ook als je geen groene vingers hebt, want groene vingers bestaan niet. Het gaat erover dat je je plant kent. Dus: wat zijn zijn of haar behoeften. Bij mij zijn planten altijd een hij of een zij, levende wezens enzo. Als je echt goed voor je plant wil zorgen moet je hem of haar een naam geven, op de één of andere manier geeft dat een dusdanig psychologisch effect dat je hem of haar nooit vergeet.

Maar dit bovenstaande geheel terzijde: in dit blog gaat het over succulenten, je weet wel, die plantjes die op torentjes lijken en dikkige blaadjes hebben. Ze houden ontzettend van zonnebaden in het raamkozijn. Bij de verzorging van deze planten kun je soms de mist ingaan, zelfs ik, omdat ze dus weinig water nodig hebben. Vaak is een klein beetje in de week meer dan genoeg. Maar de grap is dat de grond er soms zo droog uitziet dat je denkt dat ze wel wat meer kunnen gebruiken, en dan… dan gaan ze dood.

Wat je wel kunt doen is ze af en toe bespuiten met een plantenspuit, helpt gelijk tegen het stof en de viezigheid. Het spuiten kun je het beste tussen de watergeefsessies door doen. En ik ga ervan uit dat jullie allemaal weten dat ze van zon houden, heel veel zon en heel veel licht, als een van de weinige, naast cactussen natuurlijk.

Genoeg over water geven en plaats, nu nog een belangrijk onderdeel bij succu’s, namelijk de aarde. Deze plantjes houden namelijk niet zo heel erg van huis-, tuin- en keukenpotgrond. Dat is vaak te zuur, met stukjes boomschors en al het andere wat daar inzit. Ze houden van een beetje zand, zodat het water lekker naar beneden stroomt. Je kunt natuurlijk cactus aarde kopen, maar het is leuker en stukken goedkoper om het zelf te maken. Dit doe je door een potje te vullen met half zand en half potgrond, je kunt het eventueel afdekken met grit, hoeft niet, ziet er wel heel profi uit ;).

Ik wil jullie allemaal heel veel succes wensen met de succu’s en jullie weten nu hoe ervoor te zorgen. Natuurlijk ben ik er altijd voor tips en adviezen, en hou mij op de hoogte, ik vind het zo leuk om op de hoogte te blijven van jullie voortgang.

(geheel terzijde maar potje is van de Schroeder en stekkie van Jelly van den Bosch:))

Geen groene vingers, geen probleem

Iedereen kan voor plantjes zorgen, zonder dat ze doodgaan en zonder heel veel tijd eraan kwijt te zijn. Planten verzorgen is geen magie en groene vingers, die bestaan niet. Het gaat erom dat je je planten leert kennen, eigenlijk net als mensen. Natuurlijk heb je makkelijke en moeilijke planten en sommigen zijn regelrechte zeikers, maar die hoef je niet in huis te halen als je dat niet wilt. En anderen zien er weer super moeilijk uit terwijl ze heel makkelijk zijn.

Met dit, en komende blogs wil ik jullie kennis laten maken met al die verschillende planten. En vooral hoe je zelf thuis een oerwoud kan creëren, rust in je huis door een paar planten en hoe je uiteindelijk kunt knutselen met planten, wanneer je ze hebt leren kennen.

Zoals ik al zei, heb je onder de kamerplanten makkelijke en moeilijke klanten. Nu zal iedereen denken: cactussen en vetplanten zijn de makkelijkste, maar in mijn ervaring dus niet. De makkelijkste zijn de uber hippe van dit moment, de Monstera (Vingerplant), het Pannenkoekenplantje (Pilea), Chinese lantaarn (Ceropegia Woodii), Zebra gras (Chlorophytum),  Sierasperge plant (Asparagus), Olijf Ficus (Ficus Lirata), geurgeraniums (pelargonium denticulatum) en Pothos natuurlijk, zo kan ik nog wel even door gaan. Denk aan je oma in de jaren 70 en haar plantjes, de schoolklas, dat dus. Als je goed voor ze zorgt groeien ze als kool, in een relatief korte periode, waarmee je het urban jungle gevoel creëert en die je in de zomer buiten in de tuin, of balkon, kunt zetten.

De truc bij al deze planten is dat ze maar één keer per week water geven, de standplaats maakt niet zoveel uit, als het maar niet in de schaduw is. Ze blijven het allemaal wel doen, alleen groeien ze niet zo hard, en niet direct in de zon. Bij warm weer houden ze wel van een extra slokje, maar het is niet noodzakelijk. De belangrijkste regel bij deze planten is dus NIET VERZUIPEN, ze hebben echt niet veel water nodig.  En allemaal, behalve de Pannenkoekenplant, hebben 1 of 2 keer per maand wat extra voeding nodig. Je kunt hiervoor vloeibare voeding gebruiken, waarvan je een beetje in de gieter schenkt, een schepje koffie prut, of als je het over je hart kan verkrijgen een beetje koude koffie.

Ik zal de komende tijd, diverse kamerplanten behandelen, dus hou het in de peiling. En natuurlijk wil ik wel graag op de hoogte blijven van jullie vorderingen, ik ben vooral heel benieuwd. Voor vragen en advies weten jullie mij te vinden, heel veel succes!

 

Phalaenopsis

De Phalaenopsis, wel op zijn Westlands zeggen; Phaaleeonoppsis of wel de huis tuin en keuken orchidee. Ik heb er een beetje een haat, liefde verhouding mee.

Het is de lellebel van de vensterbank, opzichtig en het liefst lekker symmetrisch met zijn tweeën in twee dezelfde potten. Ik weet dat ik nu een beetje tegen schenen aan schop, en dat het halve Westland erop draait, maar in de jungalow trend van nu is het DE plant waar je eigenlijk niks mee kan.

Ik heb er twee staan, ooit gekregen, in de badkamer, en ze willen maar niet dood gaan, krijgen nieuwe bloemen en takken en zijn helemaal blij. De vloek van de groene vingers ;). Iedere keer, wanneer ik onder de douche stond zag ik die twee en dacht ik; wat moet ik nu met jullie? Jullie zijn helemaal blij en weggooien kan ik dan niet over mijn hart verkrijgen, jullie kunnen er ook niks aan doen dat je er zo uitziet.

Totdat ik ergens voorbij zag komen dat ze ook groeien in het water, dat biedt perspectieven was mijn eerste gedachte. Hydroponics maar dan voor orchideeën, niet voor sla en op een simpele manier.

Dus ik heb mijn beide phalaenopsissen (is dat een woord?) in een afwasteil gezet; alle aarde, stukjes hout en oude half vergane wortels afgeknipt, glazen potjes gezocht, en met tomaten touw (je blijft een Westlander) een macramé hanger geknutseld.

Ineens zien de phalaenopsissen er heel anders uit en mogen ze van mij weer in de huiskamer, in plaats van de badkamer. En het belangrijkste ze zien er niet meer uit als de lellebellen van de vensterbank ;).

The Phalaenopsis, the orchid on sale in every supermarket and flower store. I have a love / hate relationship with it. It is the trollop of the windowsill, if you ask me. Here in The Netherlands we place them in two indentical pots in perfect symmetry on the windowsill.

I know that I’m scolding a bit, but in the jungalow trend it’s the one plant that you don’t now how to style.

I had two, seemingly for ever in the bathroom, and they just did not want to die, they got new flowers and branches and were totally happy. The curse of the green fingers;). Every time, when I was under the shower, I saw those two and I thought; What do i have to do with you? You are completely happy and throwing you away is something I really can’t do, you can’t help that you look like this.

Until I realized that they can be grown in water, that offered a perspective. Hydroponics for orchids, not for lettuce, and in a simple way. So I put my two phalaenopsopsis in the washing up bowl, got all the woodchips and old roots out, looked for some glass jars, and made a macrame pendant from some bits of rope.

Suddenly, the phalaenopsiss looked very different and they looked really nice hanging above the windowsill. Not like the trollops as i thought they were but really great with all the flowers in the morning sun.